Siebe is minder jong dan hij er uit ziet. Dat komt door zijn tengere
gestalte die door de seizoenen heen gekleed is in een spijkerbroek met iets
onduidelijks erboven. Op zijn rug hangt onvermijdelijk zijn oude legerrugzak.
Vandaag draagt hij bovendien een regenpak van grijs plastic. Ondanks de
capuchon zie je hoe zijn smalle hoofd hoog op een dunne nek balanceert.
Druipend staat hij in de papelaria van St Lucia, het bergdorp waar hij de
laatste weken heeft doorgebracht. Hij wil de prijs weten van een
enkeltje Arganil, een rustig provinciestadje in de heuvels ten oosten van
Coimbra.
Vroeger dan normaal gaat het sneeuwen en dat betekent de komst van de
wintersporters. Siebe haat wintersporters en verder alle mensen die zich
bevinden in het gezelschap van een of meerdere medemensen.
Hij houdt ervan op de landerijen van andere buitenlanders hand- en spandiensten te
verrichten. Dat levert hem meestal een bed op, en maaltijden.
Op het terrein van zijn vriend A heeft hij de vorige zomer een mimosabosje
half-gerooid achtergelaten. Die klus kan hij nu mooi af gaan maken...
Een kleine man met een bleke gelaatskleur bladert in een stapel A-viertjes.
Ergens moet het toch staan. Arganil, zei u? Waar ligt dat
ongeveer?
Siebe verplaatst zijn gewicht van de ene soppende schoen naar de andere.
Verdomme, nieuwe schoenen draagt hij. Waterdicht, de winkelier heeft er een
eed op gezworen. 150 gulden, hij slaat met een venijnig tikje de ene schoen
tegen de andere. Nee 165, de wisselkoers wordt steeds ongunstiger.
Ach laat ook maar, geef me maar een enkeltje Vale de Ouro. Daar kan ik toch
overstappen op de snelbus?
In de late namiddag nuttigt Siebe een eenvoudige maaltijd in het hartje van
Arganil. Met een half litertje wijn viert hij zijn geluk. De hele reis heeft
hem nog geen vijf gulden gekost en dat was voor de bus naar Vale de Ouro. Verder
heeft hij helemaal kunnen liften.
Hij peutert een verfrommeld geldbuideltje uit zijn volgepropte rugzak. Laat
het eten acht gulden kosten, kom op, een tientje. Hij hoeft in elk geval niet
meer naar de bank. Met zijn briefje van 5 contos kan hij het een hele poos
uitzingen, daar boven op de heuvel.
Zal hij een taxi nemen? Het blijft maar regenen. Over de weg omhoog is het nog
16 km. Te voet, weet hij, een route van 11 à 12 km. Het is nog niet donker en
hij heeft vandaag immers de hele dag op zijn luie reet gezeten...
Klotsend op doorweekte schoenen, waaruit zijn voeten verdwenen lijken, schuift
hij twee uur later een klein cafeetje binnen. Hier boven lijkt het al diep in de
nacht. Een handvol mannen zit achter kleine glaasjes naar een TV-scherm te
staren. Ze hebben dikke jassen aan met opgestoken kragen. Ze dragen petten en twee van hen een zwarte hoed met een rand.
De nieuwkomer verrast hen. Zij doen geen moeite dat te verbergen en bekijken
hem van top tot teen. Er staat al meteen zo'n klein glaasje voor zijn neus. Medronho, zegt hij.
Ja, glimlacht de kastelein, zelf gestookt.
Vervolgens willen ze weten waar hij vandaan komt. Te voet, wel
wel, en waar gaat dat heen?. O ja, Vale de Alta, daar boven. De
geitenfokkerij. De kaasmakerij, voegt een ander er aan toe.
Fijne mensen, die Hollanders daar. Het is toch altijd nog een kleine
vier kilometer. Met dit weer...
Zorgelijk wordt er geknikt en naar buiten gewezen. De regen heeft inmiddels
gezelschap gekregen van een stevige wind, die om het huis giert.
'Weet je wat, ik breng je wel even.' Het is de magerste van het stel
en de enige zonder hoofddeksel. 'Met de brommer' zegt hij. 'Heb je mijn bromfiets niet gezien. Voor de deur staat hij. Goeie
brommer, hoor, pittig ding. Die vliegt naar boven, zo gepiept. De
weg? Die ken ik op m'n duimpje.'
Siebe bestelt nog een glaasje en eigenlijk zou hij een rondje moeten geven.
Volgende keer, besluit hij.
Zijn voeten steken ongenadig en hij overweegt zijn schoenen uit te trekken.
Maar hij wendt zich tot de magere man. 'Als u dat doen wilt...'
De man staat al overeind en Siebe hoort zichzelf zeggen: 'Drinkt u niet eerst
iets van me?' Nee, hij gaat liever meteen. Volgende keer
graag.
Siebe slaat zijn medronho achterover en legt 100 escudos op tafel. Zijn laatste munten.
Hij strompelt achter de man, die opeens haast lijkt te hebben, naar buiten.
Dat kleine stukje moet maar zonder helm, schreeuwt deze, tegen de
wind in, en Siebe bindt de capuchon van zijn regenjack stevig om zijn hoofd.
Ze gaan inderdaad redelijk snel de berg op, al maakt het vehikel onder zijn
meteen al pijnlijke billen, een hels kabaal. Hij klemt zich vast aan de rug
van zijn weldoener, en zigzaggend ontwijken ze in modderpoelen veranderde
kuilen en afgewaaide boomtakken. 'Is het al lang slecht weer hier?'
roept Siebe tegen de magere rug, maar hij krijgt geen antwoord.
Opgelucht staat hij een kwartier later bij het bordje Vale de
Alta, dat, zij het zwiepend, dapper standhoudt. Ondanks de zwarte
duisternis probeert hij zijn koude mond tot een glimlach te plooien, als hij
de man dankbaar de hand schudt.
Graag gedaan, roept deze, en... zet de motor af.
Wat nu?
Moet hij hem uitnodigen met hem af te dalen naar het huis van zijn vriend?
Maar hij komt zelf al onaangekondigd...
Een minuut of wat staan ze te zwijgen in hevige windstoten. Beiden klemmen
zich vast aan de brommer die tussen hen in staat na te dampen.
Dan ziet Siebe, hoe de man een witte hand ophoudt, recht onder zijn neus. Hij
probeert hem iets duidelijk te maken. Arme man, verstaat hij en
benzine is duur. 'Héél duur' roept hij, met zijn hand aan zijn mond nu.
Die kerel wil een fooi!
Als hij zijn hand op Siebe's mouw legt, deinst deze achteruit. Hij zou het
natuurlijk op een lopen kunnen zetten.. In plaats daarvan zet hij zijn rugzak
op het plankje van de brommer, waar hij, sukkel dat ie is, zijn billen heeft
laten mishandelen.
In zijn buideltje zit alleen het briefje van 5000 escudos. Dom houdt hij het
op en de man grist het uit zijn hand. Even is er geen zuchtje wind.. Nee,
wisselgeld heeft hij niet. En buitenlanders zijn rijke lui, zoiets hoort
hij hem zeggen.
De man stopt het bankbiljet in zijn binnenzak en start de motor.
'Dag hè, en bedankt' schreeuwt ie boven de wind uit.
Siebe hoort hoe hij zich fluitend verwijdert.
Maar waarschijnlijk is het de wind, die om het plastic van zijn capuchon
giert.
|