Met krachtige halen hijs ik de putemmer op. Het spannen van mijn armspieren
voelt weldadig aan. Bij het overgieten in de wasteil spettert het water over
mijn blote voeten.
De wind brengt de geur mee van zee en vermengt zich met de lucht van het
dennenbos.
Haren wapperen in mijn ogen. Ik steek mijn neus in de wind om mijn gezicht te
bevrijden.
Eén voor één, en keer op keer haal ik mijn kleren door het water. Tenslotte
sleep ik ze met emmers vol naar de lange waslijn waaronder het onkruid
uitbundig bloeit. Daar voeren ze een grillige dans uit. In een mum van tijd is
alles droog. Dan draag ik armenvol geurig goed over het zandpad naar mijn hut.
Het duurt niet lang of mijn buurvrouw sloft naderbij. Een kleurige hoofddoek
spant om haar blozende wangen. Met haar onbevangen ogen lijkt ze achttien in
plaats van zeventig.
We drinken water uit de Fonte dos Amores, de meest nabije bron, en ik luister
naar haar dromen.
Haar zoon die in Duitsland werkt, ze heeft nog altijd niets van hem gehoord.
'Ach' zucht ze 'als hij maar gezond is..' En haar dochter, kleinkinderen èn
achterkleinkinderen in de Algarve.. 'Ze zullen toch wel komen met Pasen?'
'Is jouw was al droog?' vraagt ze, praktisch opeens. 'Ik heb nog een vrachtje
in het sop staan en daar komen die van hèm straks nog bij'. Ze knikt in de
richting van het buurhuis en vervolgt: 'hij gaat in bad, het is vrijdag.'
Haar gezicht krijgt opnieuw een dromerige uitdrukking.
'Wanneer zullen we nou eens electriciteit krijgen en stromend water, een
badkamer en.. een wàsmachine misschien? God geve dat ik dat nog meemaak..'
'Ik zou hem missen, de put'.
Peilend kijkt ze me aan, alvast een twinkeling in haar ogen.
'Lekker kliederen' zeg ik.
Dan pas barst ze uit in een klaterende lach.
|