A hell of a job...
Odefruta
Het pijltje op het verroeste bordje wijst omhoog. Werk van de
zoute zeewind? Of cynisch grapje van een gedupeerde? Odefruta, verwezen naar
het rijk der fabelen...
Het moet een magische klank gehad hebben.
De mensen hier zijn arm. De landbouwmethodes primitief.
Het gebied is beschermd tegen toeristische hoogbouw en industrie. Ruige
grillige rotsen gaan over in schrale door de zon gekasteide landerijen. Het is
hier onwerkelijk mooi. De vele vogelsoorten, waaronder de indrukwekkend
rondzeilende ooievaars, kunnen dit bevestigen. Zij hebben zelfs afgezien van
de wintertrek naar Afrika.
Vijftig kilometer naar het zuiden ligt de toeristische Algarve, als
afschrikwekkend voorbeeld. Maar de jeugd van deze streken trekt er heen, op
zoek naar werk.
Odefruta, samentrekking van Odemira en fruta. In Portugal zie je dat veel:
Farauto, Portomoveis, Lisbanco.
Een jaar of 10 geleden is er met kapitaal van de Europese Unie een even groot
als wanstaltig kassencomplex gebouwd. Een wirwar van plastic kassen, ruw
houten werkketen, kilometerslange, zanderige hobbelpaden.
Een electronisch centrum, glanzende vrachtwagens, chemische
bestrijdingsmiddelen.
Paprika, tomaten, komkommers, bestemd voor de export. A hell of a job, in dit
klimaat.
Initiatiefnemer was, naar verluid, een Franse miljonair. Hij moet zijn kans
schoon gezien hebben in de bureaucratische chaos van ‘Europa’, dat geld
steekt in zijn achtergebleven gebieden. Ingenieurs en andere stafleden kwamen
uit het buitenland, aangelokt door klinkende contracten met forse salarissen.
De kleine boeren, erfgenamen van eeuwenoude geslachten, moeten afgunstig
gekeken hebben naar het geavanceerde irrigatiesysteem, dat werd opgezet. Zij,
en de mannen uit de omringende dorpen verdienden wat bij aan het graven
van de kanalen en het bouwen van de ontelbare kassen. De vrouwen verdrongen
zich op lijsten om zogauw de oogst rijp was de vruchten te komen plukken. Hoe
lang hebben ze haar werk kunnen doen? En hoe vaak zijn zij trots thuis gekomen
met hun maandsalaris van 45 contos, ongeveer 500 nederlandse guldens?
Van meet af aan haperde er van alles. Het plastic van de kassen bleek niet
bestand tegen de forse zeewind. In allerijl werd er een kilometerslange
muurvan-gaas gebouwd.
Herhaaldelijk verruilden de kasarbeidsters met gemengde gevoelens de hete
kassen voor een stukje schaduw in de dunne dennenbosjes. Wachtend op zaad, op
kunstmest, wachtend op kistjes, op vrachtwagens, op gas, op stroom, wachtend
op de computertechneut..
Dorre planten, rotte tomaten, verloren ecu's...
De ingenieurs vertrokken het eerst. Hier viel niet te werken. Waar bleef
trouwens hun salaris?
En tenslotte dan, werd het gerucht bevestigd: de miljonair was zoek. De
vrouwen hadden toen al drie maanden geen escudo gezien.
Zij keerden terug naar hun dorpen. Ontgoocheld. Wat niet al te rot was, of al
bijna rijp, namen ze mee.
Middenin het beschermde natuurgebied aan de Costa Vincentina ligt een stukje
hel op aarde. Gescheurd plastic, overwoekerd door uitgeschoten kasplanten en
tropisch aandoend onkruid, rafels van gaas in alle tinten, half gesloopte
computers en vrachtwagens, brokstukken van kisten en keten. Het hout is
verdwenen, omgetoverd tot hutten, kippenhokken, hekken tot in de wijde omtrek.
Ook hele lappen gaas hebben een nieuwe bestemming gevonden rondom kleine
groententuinen en jonge boompjes.
‘Odefruta’ klinkt nu als een vloek. Vooralsnog onzichtbaar is het gif in
de grond.
De jonge plaatselijke milieubeweging trekt sinds een jaar aan de bel.
A hell of a job.
home |