In de lente van haar vijftigste verjaardag liet zij hem eindelijk gaan. De
beslissing viel tijdens het feest dat de dochters voor haar op touw hadden
gezet. 'Sarah' in de ochtendzon, op het bankje in de voortuin. 's Avonds
liedjes en oude vrienden.
Ze haalde schoolherinneringen op met Anne en Margriet. Verkrampende kaken
van het lachen. Max stond een beetje achteraf naar haar te kijken. Wat ze
zag in dat vertrouwde gezicht was geen onverschilligheid meer, zelfs geen
irritatie, het was regelrechte afkeer.
'Goed' zei ze, dezelfde avond nog 'we gaan scheiden'. Hij stond al op de
drempel van de logeerkamer, waar hij vaste klant was, omdat 'zij toch
nooit wou'.
'Waarom nú opeens, is het Jeroen, wat heb je met hem bekokstoofd?'
Ondanks de ernst van de situatie was ze in de lach geschoten, een zuinig
lachje dat wel. Jeroen, de globetrotter, was de verrassing van de avond
geweest. Hoe die meiden hem op het spoor gekomen waren, toch eens vragen.
'Je weet wel beter, Max. Gewoon, je krijgt je zin, ik hou je niet langer
tegen.' Ze vervolgde haar weg en verdween in de badkamer, voor het eerst
in jaren met het laatste woord.
Waaraan zij zich gehouden had.
Slechts één zaak had ze hartstochtelijk bepleit. Zíj bleef wonen in hun
kleine woning.
's Nachts was het toch nog gaan regenen. Toen ze naar buiten stapte voor
de ochtendkrant, trof ze een verpieterde Sarah aan, ineengezakt en als ze
ogen had gehad zou ze glazig naar de grond staren. Het beeld gaf haar
onverwachte kracht.
'Ik niet' zei ze hardop, 'met mij zal het anders gaan'.
Uiteraard viel er een leegte toen Max eenmaal vertrokken was. Maar ze
miste hem niet. Wel dacht ze veel aan hem en aan hun lange jaren samen.
Waar precies was het fout gegaan en waarom? Max had er alles aan gedaan
haar ervan te overtuigen dat het aan haar lag. Als zíj maar wat
warmbloediger was geweest, als zíj er niet zo'n 'godsallemachtig
bekrompen moraal' op na gehouden had.. 'Nee jij' had ze zich aanvankelijk
verweerd, 'wel eens gehoord van lieve woordjes, van tederheid, van LIEFDE?
Recht toe recht aan, dat geval van jou als een stengun op mij gericht, hoe
moet ik daar warm van worden?'
Met de jaren had ze geleerd haar mond te houden. Ze kwamen toch geen steek
verder.
In plaats daarvan was zij gaan dromen. Ze had er versteld van gestaan wat
er allemaal in haar leefde. En die arme Max, hij moest eens weten, speelde
meestal de hoofdrol. Soms als ze zich een tijdje achter zijn warme rug had
overgegeven aan haar fantasieën kon ze de verleiding niet weerstaan. Ze
kroelde tegen hem aan en fluisterde zijn naam. Ze kuste zijn rug en likte
aan zijn zilte schouder. Meer dan een geďrriteerde grom had het haar
nooit opgeleverd. Als hij al reageerde. Voor hem was de sexuele paragraaf
gesloten bij het slapen gaan, op het moment dat zij terugdeinsde voor zijn veel te natte mond,
zijn veel te harde handen..
Op wat haar vaste 'piekerplaats' werd, het bankje in de voortuin, kwam ze
tot de voorlopige conclusie dat ook zíj veel tekort gekomen was. En ze
nam zich voor, zij het vaag, het er niet bij te laten zitten.
Nog om andere redenen raakte ze verknocht aan haar bankje. Daar was
allereerst de tuin. Noch Max, noch zijzelf had er ooit veel werk van
gemaakt. Toch keek ze met verbazing naar allerlei knopjes aan onduidelijke
struiken die de een na de ander ontloken en kleur gaven aan haar middagen.
Misschien moest ze eens een tuinboek kopen zodat ze de namen kon leren van
al dat fraais. Of ze kon het aan Janneke vragen, haar jongste. Zo meteen
sloeg ze nog aan het tuinieren op haar oude dag!
En dan was daar het leven in de straat. Voor een buurt die als rustig
bekend stond, gebeurde er heel wat. Vrouwen met boodschappentassen,
groepjes schoolkinderen en mannen met auto's. De parkeerplaats even
verderop werd niet alleen gebruikt door de omwonenden. Goed beschouwd was
het er een komen en gaan van allerlei wagens van groot tot klein, van
nieuw tot oud.
Het gebeurde op een van die vroege zomerdagen, mei was nog maar net
begonnen. De zon sloofde zich uit of hij niet nog een heel seizoen te gaan
had.
Ze zat met gesloten ogen op haar bankje en dacht aan Max. Niet die zure
man van de laatste tijd, nee Max, toen hij nog in haar geloofde, zoals hij
fris gewassen en geschoren, in zijn nette pak, wit overhemd, voor haar
stond. Met een zwierig gebaar toverde hij een boeketje rozen achter zijn
rug vandaan. 'Voor de mooiste, de liefste van deze aard.' Zijn opmerkelijk
heldere ogen hadden haar betoverd, de lichtste aanraking wond haar op. Hij...
'Zo mevrouwtje, u slaapt toch niet?' Achter de veel te dunne heg stond een
grote kerel haar schalks op te nemen. 'Dat zit daar maar, altijd in haar
eentje, voelt u zich niet eenzaam? Ik bedoel, hebt u geen man?' 'Nee'
antwoordde ze prompt. 'En u, hebt u een vrouw?' Ze schrok er zelf van.
'Och' hij maakte een wegwerpgebaar, 'die van mij.. Waar hadden we het ook
al weer over? O ja, u zit hier dag in dag uit in dat tuintje van u en weet
u, ik heb steeds meer zin om er bij te komen zitten, wat denkt u ervan?
Mag ik?' Hij maakte een gebaar of hij zich door de heg heen ging wringen
maar toen ze verschrikt 'nee, daar blijven' riep, lachte hij haar vrolijk
uit. 'Wees maar niet bang hoor, ik kom alleen als jij het goed vindt.' Jij..
Plotseling voelde ze zich veel te bloot in haar mouwloze zomerjurk. Zonder
iets te zeggen haastte ze zich naar binnen.
En of ze wilde of niet, voortaan wachtte ze op hem.
Hij kwam bijna dagelijks, vroeg in de middag, met een witte Opel die hij
op de parkeerplaats omruilde voor een kleine vrachtwagen. Het geronk van
de warmlopende motor herkende ze al gauw uit duizenden. Hij draaide
haar straat in en vanaf zijn hoge zetel gluurde hij over de heg. Ze kon de
gloed van zijn ogen voelen wanneer hij haar ontdekte. Nonchalant stak hij
zijn hand op en zij gaf hem een zuinig knikje. Nooit meer stopte hij,
nooit meer wisselden zij een woord.
Tot hij op een dag niet op kwam dagen.
Weer stond de zon aan een strakblauwe hemel en brandde op haar huid. Ze
zou naar binnen moeten gaan, een bad nemen, zich omkleden.. 'Drie uur'
mompelde ze 'waar blijft ie nou?' En toen: 'ik lijk wel gek, naar binnen
jij.' Maar ze bleef zitten waar ze zat en probeerde te lezen. Het boek dat
plakte op haar bovenbenen. De haarlok in haar ogen, nat van het
zweet.
Tenslotte moest ze toegeven dat ze geen letter las. Voor haar ogen danste
de vrachtwagen en achter het raampje van de cabine zag ze zijn ruige kop
met haar. Zwarte krullen die nodig in model geduwd moesten worden.
Als hij nou eens later kwam? En zíj zou dan verstopt zitten in de rode
cabine..
Hij opent de deur en schrikt zich te pletter.
'Boe' zou ze roepen
om het nog wat aan te dikken. En dan?
Eindelijk kwam ze er toe haar ogen te sluiten.
De schrik op zijn gezicht maakt plaats voor een grote grijns. 'Jij, jij'
gromt hij, met zijn mond al aan haar oor en dan zet hij zijn
glanzende tanden in haar hals.
Een hete golf sloeg door haar heen.
Oh, ze probeert nog los te komen maar hij had heeft haar stevig in zijn
greep. 'Eindelijk' fluistert hij en trekt haar stevig tegen zich aan. Ze
nestelt zich met een diepe zucht in zijn sterke armen.
'Dat zit daar maar te pronken op haar bankje. Mijn god' is het volgende
en hij pakt haar zachtjes bij haar schouders zodat hij diep en vurig in
haar ogen kan kijken. Ze opent haar mond een heel klein
beetje en sluit haar ogen. En dan kust hij haar licht en teder op de
lippen.
Maar meteen al stikken beiden van begeerte en wanhopig gaan ze elkaar te
lijf. Kleren losrukken, zich hijgend vastklemmen.
Precies tegelijk richten ze het hoofd op en kijken elkaar in de ogen,
met gloeiende gezichten.
Een glimlach verschijnt rond zijn mond . Hij legt twee vingertoppen op haar lippen en laat een haarlok door
zijn vingers glijden of hij met puur goud van doen heeft. Zijn ogen hebben
groengele spikkeltjes..
'Victor' zou ze zeggen, ja Victor moest hij heten...
'Mevrouw, oewoe, mevrouw!' Het geroep moet al enige tijd aan de gang zijn,
maar nu pas opent zij haar ogen. Als een vlo in doodsnood schiet zij
overeind, het boek ploft op de grond.
'Ik laat u schrikken, sorry hoor, ik wist niet dat u sliep.'
'Nee nee..' Met grote ogen kijkt zij naar het hoofd met zwarte krullen dat
boven de heg uitsteekt.
'Ik.. zeg, wat is er, wordt u niet goed' vraagt hij als ze terugzakt op
het bankje, het hoofd in haar handen. Als het zwart voor haar ogen is
weggetrokken, staat hij bezorgd voor haar.
'Uh, nee, het is niks, de hitte.. Maar..'
'Wat doet u hier?' wil ze vragen, móet ze vragen maar ze krijgt de
woorden niet gevormd.
'Wat ik vragen wilde, zou ik even van de telefoon gebruik kunnen maken?
Mijn auto, ziet u, ik krijg hem niet aan de praat.'
Hij ziet de aarzeling op haar gezicht. 'U laat geen vreemde mannen binnen,
ik snap het, ik zal..'
'Nee wacht'. Het komt er veel te haastig uit.
'Vreemde mannen' zegt ze, 'ach kom, een telefoontje.. Kom maar mee.' Ze
voelt zijn ogen op haar kuiten branden terwijl ze over de drempel stapt.
Als ze zich naar hem omdraait kijkt hij speurend de kamer rond. 'De
telefoon' wijst ze. Ze ziet hoe zijn knuisten een portefeuille te
voorschijn halen. Zijn lippen vormen losjes de klanken van het nummer dat
hij draait. Huiverend doet zij een stap naar achteren als hij vluchtig
naar haar kijkt. Privacy denkt ze, maar ik kan een vreemde toch niet
alleen laten?
Als hij klaar is, blijft hij middenin de kamer staan, verdiept in de tekst
van het kaartje dat hij in zijn hand houdt. Zijn haar is vochtig bij de
slapen maar het raakt nergens zijn gezicht. Hij ziet er uit of hij de
meeste tijd doorbrengt in de buitenlucht. Twee stappen, denkt ze maar het
is te laat. Hij legt een gulden op tafel en draait zich om naar de
tuindeur. 'Bedankt dan maar en tot ziens'.
Opeens komt ze in beweging. Met drie dribbelpasjes is ze bij hem
en raakt zijn schouder aan. 'Victor?' vraagt ze en hij keert zich om.
Slechts een fractie van een seconde kijkt hij verbaasd, dan verschieten
zijn ogen van kleur. Donker en glanzend peilen ze haar gezicht.
'Jan' zegt hij met een lachje. Dan opent hij zijn armen en zij werpt zich
erin. Ze richt haar kin op om hem aan te kijken. Maar voor ze de kans
krijgt, omvatten zijn lippen de hare. Een dikke tong wringt zich naar
binnen.
Of er een spons met azijn op haar mond gedrukt wordt, deinst zij terug.
Zijn handen glijden haastig naar beneden en graaien naar haar billen.
'Ga weg' schreeuwt ze. 'Weg, weg!'
Beduusd schuifelt hij achterwaarts de deur uit.
En zij barst uit in redeloos gekrijs.
terug |