Bekrompen  1999


In de lente van haar vijftigste verjaardag liet zij hem eindelijk gaan. De beslissing viel tijdens het feest dat de dochters voor haar op touw hadden gezet. 'Sarah' in de ochtendzon, op het bankje in de voortuin. 's Avonds liedjes en oude vrienden.
Ze haalde schoolherinneringen op met Anne en Margriet. Verkrampende kaken van het lachen. Max stond een beetje achteraf naar haar te kijken. Wat ze zag in dat vertrouwde gezicht was geen onverschilligheid meer, zelfs geen irritatie, het was regelrechte afkeer.
'Goed' zei ze, dezelfde avond nog 'we gaan scheiden'. Hij stond al op de drempel van de logeerkamer, waar hij vaste klant was, omdat 'zij toch nooit wou'.
'Waarom nú opeens, is het Jeroen, wat heb je met hem bekokstoofd?' Ondanks de ernst van de situatie was ze in de lach geschoten, een zuinig lachje dat wel. Jeroen, de globetrotter, was de verrassing van de avond geweest. Hoe die meiden hem op het spoor gekomen waren, toch eens vragen.
'Je weet wel beter, Max. Gewoon, je krijgt je zin, ik hou je niet langer tegen.' Ze vervolgde haar weg en verdween in de badkamer, voor het eerst in jaren met het laatste woord.
Waaraan zij zich gehouden had.
Slechts één zaak had ze hartstochtelijk bepleit. Zíj bleef wonen in hun kleine woning.

's Nachts was het toch nog gaan regenen. Toen ze naar buiten stapte voor de ochtendkrant, trof ze een verpieterde Sarah aan, ineengezakt en als ze ogen had gehad zou ze glazig naar de grond staren. Het beeld gaf haar onverwachte kracht.
'Ik niet' zei ze hardop, 'met mij zal het anders gaan'.
Uiteraard viel er een leegte toen Max eenmaal vertrokken was. Maar ze miste hem niet. Wel dacht ze veel aan hem en aan hun lange jaren samen. Waar precies was het fout gegaan en waarom? Max had er alles aan gedaan haar ervan te overtuigen dat het aan haar lag. Als zíj maar wat warmbloediger was geweest, als zíj er niet zo'n 'godsallemachtig bekrompen moraal' op na gehouden had.. 'Nee jij' had ze zich aanvankelijk verweerd, 'wel eens gehoord van lieve woordjes, van tederheid, van LIEFDE? Recht toe recht aan, dat geval van jou als een stengun op mij gericht, hoe moet ik daar warm van worden?'
Met de jaren had ze geleerd haar mond te houden. Ze kwamen toch geen steek verder.
In plaats daarvan was zij gaan dromen. Ze had er versteld van gestaan wat er allemaal in haar leefde. En die arme Max, hij moest eens weten, speelde meestal de hoofdrol. Soms als ze zich een tijdje achter zijn warme rug had overgegeven aan haar fantasieën kon ze de verleiding niet weerstaan. Ze kroelde tegen hem aan en fluisterde zijn naam. Ze kuste zijn rug en likte aan zijn zilte schouder. Meer dan een geďrriteerde grom had het haar nooit opgeleverd. Als hij al reageerde. Voor hem was de sexuele paragraaf gesloten bij het slapen gaan, op het moment dat zij terugdeinsde voor zijn veel te natte mond, zijn veel te harde handen..
Op wat haar vaste 'piekerplaats' werd, het bankje in de voortuin, kwam ze tot de voorlopige conclusie dat ook zíj veel tekort gekomen was. En ze nam zich voor, zij het vaag, het er niet bij te laten zitten.
Nog om andere redenen raakte ze verknocht aan haar bankje. Daar was allereerst de tuin. Noch Max, noch zijzelf had er ooit veel werk van gemaakt. Toch keek ze met verbazing naar allerlei knopjes aan onduidelijke struiken die de een na de ander ontloken en kleur gaven aan haar middagen. Misschien moest ze eens een tuinboek kopen zodat ze de namen kon leren van al dat fraais. Of ze kon het aan Janneke vragen, haar jongste. Zo meteen sloeg ze nog aan het tuinieren op haar oude dag!
En dan was daar het leven in de straat. Voor een buurt die als rustig bekend stond, gebeurde er heel wat. Vrouwen met boodschappentassen, groepjes schoolkinderen en mannen met auto's. De parkeerplaats even verderop werd niet alleen gebruikt door de omwonenden. Goed beschouwd was het er een komen en gaan van allerlei wagens van groot tot klein, van nieuw tot oud.

Het gebeurde op een van die vroege zomerdagen, mei was nog maar net begonnen. De zon sloofde zich uit of hij niet nog een heel seizoen te gaan had.
Ze zat met gesloten ogen op haar bankje en dacht aan Max. Niet die zure man van de laatste tijd, nee Max, toen hij nog in haar geloofde, zoals hij fris gewassen en geschoren, in zijn nette pak, wit overhemd, voor haar stond. Met een zwierig gebaar toverde hij een boeketje rozen achter zijn rug vandaan. 'Voor de mooiste, de liefste van deze aard.' Zijn opmerkelijk heldere ogen hadden haar betoverd, de lichtste aanraking wond haar op. Hij...
'Zo mevrouwtje, u slaapt toch niet?' Achter de veel te dunne heg stond een grote kerel haar schalks op te nemen. 'Dat zit daar maar, altijd in haar eentje, voelt u zich niet eenzaam? Ik bedoel, hebt u geen man?' 'Nee' antwoordde ze prompt. 'En u, hebt u een vrouw?' Ze schrok er zelf van.
'Och' hij maakte een wegwerpgebaar, 'die van mij.. Waar hadden we het ook al weer over? O ja, u zit hier dag in dag uit in dat tuintje van u en weet u, ik heb steeds meer zin om er bij te komen zitten, wat denkt u ervan?  Mag ik?' Hij maakte een gebaar of hij zich door de heg heen ging wringen maar toen ze verschrikt 'nee, daar blijven' riep, lachte hij haar vrolijk uit. 'Wees maar niet bang hoor, ik kom alleen als jij het goed vindt.' Jij.. Plotseling voelde ze zich veel te bloot in haar mouwloze zomerjurk. Zonder iets te zeggen haastte ze zich naar binnen.
En of ze wilde of niet, voortaan wachtte ze op hem.
Hij kwam bijna dagelijks, vroeg in de middag, met een witte Opel die hij op de parkeerplaats omruilde voor een kleine vrachtwagen. Het geronk van de warmlopende motor herkende ze al gauw uit duizenden. Hij draaide haar straat in en vanaf zijn hoge zetel gluurde hij over de heg. Ze kon de gloed van zijn ogen voelen wanneer hij haar ontdekte. Nonchalant stak hij zijn hand op en zij gaf hem een zuinig knikje. Nooit meer stopte hij, nooit meer wisselden zij een woord.
Tot hij op een dag niet op kwam dagen.

Weer stond de zon aan een strakblauwe hemel en brandde op haar huid. Ze zou naar binnen moeten gaan, een bad nemen, zich omkleden.. 'Drie uur' mompelde ze 'waar blijft ie nou?' En toen: 'ik lijk wel gek, naar binnen jij.' Maar ze bleef zitten waar ze zat en probeerde te lezen. Het boek dat plakte op haar bovenbenen. De haarlok in haar ogen, nat van het zweet.
Tenslotte moest ze toegeven dat ze geen letter las. Voor haar ogen danste de vrachtwagen en achter het raampje van de cabine zag ze zijn ruige kop met haar. Zwarte krullen die nodig in model geduwd moesten worden.
Als hij nou eens later kwam? En zíj zou dan verstopt zitten in de rode cabine..

Hij opent de deur en schrikt zich te pletter.
'Boe' zou ze roepen om het nog wat aan te dikken. En dan?
Eindelijk kwam ze er toe haar ogen te sluiten.
De schrik op zijn gezicht maakt plaats voor een grote grijns. 'Jij, jij' gromt hij, met zijn mond al aan haar oor en dan zet hij zijn glanzende tanden in haar hals.

Een hete golf sloeg door haar heen.
Oh, ze probeert nog los te komen maar hij had heeft haar stevig in zijn greep. 'Eindelijk' fluistert hij en trekt haar stevig tegen zich aan. Ze nestelt zich met een diepe zucht in zijn sterke armen.
'Dat zit daar maar te pronken op haar bankje. Mijn god' is het volgende en hij pakt haar zachtjes bij haar schouders zodat hij diep en vurig in haar ogen kan kijken. Ze opent haar mond een heel klein beetje en sluit haar ogen. En dan kust hij haar licht en teder op de lippen. Maar meteen al stikken beiden van begeerte en wanhopig gaan ze elkaar te lijf. Kleren losrukken, zich hijgend vastklemmen.
Precies tegelijk richten ze het hoofd op en kijken elkaar in de ogen, met gloeiende gezichten.
Een glimlach verschijnt rond zijn mond . Hij legt twee vingertoppen op haar lippen en laat een haarlok door zijn vingers glijden of hij met puur goud van doen heeft. Zijn ogen hebben groengele spikkeltjes..
'
Victor' zou ze zeggen, ja Victor moest hij heten...

'Mevrouw, oewoe, mevrouw!' Het geroep moet al enige tijd aan de gang zijn, maar nu pas opent zij haar ogen. Als een vlo in doodsnood schiet zij overeind, het boek ploft op de grond.
'Ik laat u schrikken, sorry hoor, ik wist niet dat u sliep.'
'Nee nee..' Met grote ogen kijkt zij naar het hoofd met zwarte krullen dat boven de heg uitsteekt.
'Ik.. zeg, wat is er, wordt u niet goed' vraagt hij als ze terugzakt op het bankje, het hoofd in haar handen. Als het zwart voor haar ogen is weggetrokken, staat hij bezorgd voor haar.
'Uh, nee, het is niks, de hitte.. Maar..'
'Wat doet u hier?' wil ze vragen, móet ze vragen maar ze krijgt de woorden niet gevormd.
'Wat ik vragen wilde, zou ik even van de telefoon gebruik kunnen maken? Mijn auto, ziet u, ik krijg hem niet aan de praat.'
Hij ziet de aarzeling op haar gezicht. 'U laat geen vreemde mannen binnen, ik snap het, ik zal..'
'Nee wacht'. Het komt er veel te haastig uit.
'Vreemde mannen' zegt ze, 'ach kom, een telefoontje.. Kom maar mee.' Ze voelt zijn ogen op haar kuiten branden terwijl ze over de drempel stapt. Als ze zich naar hem omdraait kijkt hij speurend de kamer rond. 'De telefoon' wijst ze. Ze ziet hoe zijn knuisten een portefeuille te voorschijn halen. Zijn lippen vormen losjes de klanken van het nummer dat hij draait. Huiverend doet zij een stap naar achteren als hij vluchtig naar haar kijkt. Privacy denkt ze, maar ik kan een vreemde toch niet alleen laten?
Als hij klaar is, blijft hij middenin de kamer staan, verdiept in de tekst van het kaartje dat hij in zijn hand houdt. Zijn haar is vochtig bij de slapen maar het raakt nergens zijn gezicht. Hij ziet er uit of hij de meeste tijd doorbrengt in de buitenlucht. Twee stappen, denkt ze maar het is te laat. Hij legt een gulden op tafel en draait zich om naar de tuindeur. 'Bedankt dan maar en tot ziens'.
Opeens komt ze in beweging. Met drie dribbelpasjes is ze bij hem en raakt zijn schouder aan. 'Victor?' vraagt ze en hij keert zich om. Slechts een fractie van een seconde kijkt hij verbaasd, dan verschieten zijn ogen van kleur. Donker en glanzend peilen ze haar gezicht.
'Jan' zegt hij met een lachje. Dan opent hij zijn armen en zij werpt zich erin. Ze richt haar kin op om hem aan te kijken. Maar voor ze de kans krijgt, omvatten zijn lippen de hare. Een dikke tong wringt zich naar binnen.
Of er een spons met azijn op haar mond gedrukt wordt, deinst zij terug. Zijn handen glijden haastig naar beneden en graaien naar haar billen.
'Ga weg' schreeuwt ze. 'Weg, weg!'
Beduusd schuifelt hij achterwaarts de deur uit.
En zij barst uit in redeloos gekrijs.

terug