Kerstavond online 2000


Moet je haar zien zitten: op haar knieën tussen de inhoud van de halve zolder. Nou ja, macht der gewoonte, vróeger stonden de kerstspullen en ook de dozen met foto’s en andere familiedocumenten op de zolderverdieping van hun ruime hoekhuis. 
Sinds de verhuizing, twee maanden geleden, wachtten ze in het rommelhok, toekomstige logeerkamer, op een nieuwe golf van opruimwoede. En nu dus bedekken ze de vloer van de halve woonkamer… 
Mary, mevrouw de Kort, 63 en sinds vier maanden moederziel alleen, is nog steeds gehuld in het kloffie dat zij vroeg in de ochtend heeft aangeschoten, een trainingsbroek uit het jaar nul en een groezelige trui met een col waar de kraag van haar pyjamajasje bovenuit probeert te piepen. Haar grijze krullen staan in drie plukken verschillende kanten uit. ‘Lekker wegrotten’ noemden ze dat, toen Wim nog leefde… En toen Rob nog Robbie was. 
Ze graait de foto’s bij elkaar die verspreid liggen tussen de ballen, lampjes en kerstfiguren: engeltjes en herders, kunstwerkjes uit Robbie’s prille jeugd. Ze heeft ze niet kunnen weerstaan, de foto’s die ze toch eindelijk eens zou moeten inplakken. Of is dit misschien een werkje om haar nieuwe scanner op uit te proberen? Wim met Robbie op schoot, Robbie op Wim zijn rug, een nieuwe step, Robbie’s kennismaking met Saartje de hond, lachen, lachen en nog eens lachen… Toen was geluk heel gewoon. Ze schudt haar hoofd. Vanavond en morgen èn overmorgen zal ze alleen aan prettige dingen denken… 
Voor ze zich overeind hijst en op de bank neervalt, frummelt ze nog een kerstkransje uit het pakje dat ze voor de zoveelste keer dichtvouwt, omdat het ‘nu echt het laatste is’. Mijn hemel, het begint al donker te worden. Als ze gedaan had wat ze van plan was had ze nu de lichtjes in de kerstboom kunnen ontsteken. Maar het kalige boompje, aangeschaft op het laatste moment, ligt nog precies waar zij het gisterenmiddag zuchtend en puffend heeft losgelaten: vóór het oude dressoir -nog van oma- dat in zijn nieuwe omgeving een hele wand in beslag neemt. Hoe lang heeft ze hier gezeten? Om een uur of twee kwam ze er achter dat de kerstspullen in de onderste doos zaten van de vier achteraan… Rob moet niet beseft hebben dat het al zo gauw Kerstmis zou zijn. 
Ach, Rob, die denkt immers niet aan zulke dingen. Waar zou hij zijn? Nog altijd in Amerika? Waarom laat hij nou niet even iets horen? Na al die dertig lange jaren is ze nòg niet gewend aan die eigenzinnige zoon van haar. Steeds weer zet hij haar op het verkeerde been. En net als ze zover is dat ze hem kan láten, komt hij op de proppen met een van zijn verrassende acties. Oh, die keer, toen hij verhuisd was naar Amsterdam, maanden hoorden ze niets. Wims sussende woorden: ‘laat die jongen toch, die heeft wel wat anders om aan te denken dan zijn ouwelui’. En toen kwam dat cassettebandje: zijn vrienden stelden zich stuk voor stuk voor: leuke, hartelijke mensen, met tenslotte Vera. ‘En met haar ga ik trouwen…’ Malle jongen. Trouwens, wat heeft hij zich dapper geweerd in die moeilijke maanden van Wims ziekte, van zijn dood. Als het aan hem gelegen had, had hij haar geen moment met zijn vader alleen gelaten… 

Abrupt staat ze op, trekt de gordijnen dicht en doet de schemerlamp aan. Als ze nu meteen begint… ze heeft nog vijf lange uren vóór haar afspraakje met Max. Afspraakje, mompelt ze en grinnikt. Max heeft gezegd dat hij zoals altijd om 10 uur online zal zijn. En zíj, Mary zal dan op haar best zijn. Want Max is niet zomaar een computervriend, hij is een regelrechte openbaring. Hij luistert naar haar moeizame ontboezemingen, lokt haar uit haar tent, moedigt haar aan. In de tien dagen dat zij met hem icq’t heeft ze hem al haar recente verdriet verteld… Wims tragische dood, de gedwongen verhuizing, Robs scheiding en zijn plotselinge vertrek. En daarna Vera die zich steeds minder laat zien… Van Max komt geen onvertogen woord, geen enkele groezelige toespeling, die toch in alle toonaarden over het scherm rollen. Vrij, cam, sex?? Nooit in haar leven heeft zij zich zó begrepen gevoeld, zelfs niet door Wim… Een warme golf die uit haar tenen lijkt te komen, stijgt naar haar hoofd. Zij heeft zich werkelijk laten gaan en wat weet ze nou eigenlijk van hèm? Hij is Nederlander, woonachtig in Canada. Zelfs zijn leeftijd heeft ze niet van hem los gekregen. Giechelend opeens stelt ze vast dat het niet alleen maar schaamte is die zij voelt. Zij zou het aan niemand toegeven: het vooruitzicht hem vanavond weer te spreken windt haar op. Dus, zegt ze half hardop, tuig ik nú de kerstboom op. Daarna zal ze de kamer opruimen –of toch maar andersom?- dan in bad en ze zal iets makkelijks aantrekken dat ook een beetje mooi is… Haar rode sweater misschien, met de zwarte wollen pantalon die Wim… Nee schudt ze weer en besluit eerst een hapje te gaan eten. 
Eenmaal in de badkamer besluipen man en zoon nog driemaal haar gedachten. Wanneer ze wegzakt in het schuimende water wordt ze met dankbaarheid vervuld jegens Rob die er voor gezorgd heeft dat er een bad kwam in dit vermaledijde huisje, dat hij met voortvarendheid voor haar heeft gekocht. Half gekocht, om precies te zijn, want na aftrek van de hypotheek van het ‘oude huis’ bleef er precies genoeg over voor ‘dit hier’, tenzij Rob zijn kindsdeel had opgeëist. ‘Natuurlijk niet’ zei hij ‘wíj kopen dit snoezige huisje en jíj gaat er wonen. Hou je wel een hoekje vrij voor als ik in de buurt ben?’ Als ik in de buurt ben.... hemeltje-lief, waar zit die jongen toch? Heeft ze het verkeerd gedaan, had ze haar mond moeten houden? Maar scheiden is toch niet zomaar iets? En dan vlak daarop dat …meisje, een kind zag dat dat geen vrouw voor hem was… Zo jong, vrijpostig… en dan meteen met haar naar Amerika vertrekken.. Toch heeft ze alléén maar gevraagd hoe dat dan met Katja moest, kleine Katja, die alweer een nieuwe ‘papa’ schijnt te hebben… En wie had nou gedacht dat Vera zomaar opeens weg zou blijven... Zal ze haar enige kleinkind niet zien opgroeien? Op dit punt aangekomen beseft ze wat ze aan het doen is en grijpt de champo-fles. Woest smeert ze een flinke klodder door haar haar. Verdorie, NIET AAN DENKEN heb ik gezegd! Nog geen vijf minuten later, uitgespoelde natte pieken, denkt ze aan Wim. Zal die mij nu bezig zien? Die lacht zich een aap: moeders die zich schoonpoetst voor de computer… Was hij echt niet een beetje jaloers op haar? Hij zei van niet, maar waarom plaagde hij haar dan steeds? ‘Ga je weer naar je vriendjes? Of is het er maar één?’ Och, Wim… is hij nu nog ergens? Of alleen zijn halfvergane lichaam op de begraafplaats… Mens, snauwt ze zichzelf toe en duwt zich overeind. Au, haar rug, tja, dat gaat ook niet al te vlotjes meer.. Terwijl ze zich nauwkeurig staat af te drogen, hoort ze stemmige klanken uit de radio komen. O ja, zo dadelijk zal ze een cd opzetten. De Messiah… Unto us… a child is born….unto us… a son is given… Wim had deze aria keihard door het huis laten schallen, vlak na Robs geboorte. De lieverd toch. Als het op praten aankwam was hij zo gesloten als een bus. Maar met muziek was hij subliem… ‘Nee’ roept ze en gooit de handdoek op de grond: ‘het Weihnachtsoratorium, dat zet ik op…’ Al háált ie het niet bij de Messiah, volgens Wim.. Voor haar is het de mooiste, ontroerendste muziek… De ouverture, wat een uitbundige gelukzaligheid. Opeens heeft ze haast. Over wat ze aan zal trekken denkt ze niet meer na. Binnen vijf minuten is ze gehuld in rode trui en zwarte broek en galmen de openingsklanken van het Weihnachtsoratorium door het het huis. Als een tweede Chailly staat ze koor en orkest aan te moedigen, met veel aandacht voor de paukenist. En de trompetten… Oh, die hemelse stemmen… Na driemaal de ouverture zet ze de muziek zachter en zakt hijgend neer op de bank. Hemeltje.lief, wat bezielt haar, ze werpt een schichtige blik op het portret van Wim en steekt, heel eventjes maar, haar tong naar hem uit… Snel stuurt ze er een kus achteraan. Lieverd, zegt ze, mooi hè? En ze barst in huilen uit. Jochie toch, waar bèn je nou? En Robbie…? 
Eindelijk is het zover. Vijf voor tien. Gewassen en gestreken –haar geföhnd, een vleugje parfum- zit ze aan de computer. De kerstboom staat te flonkeren op het dressoir. Alle kaarsjes die ze heeft kunnen vinden, zijn aangestoken… Zelfs het glas rode port dat naast haar staat te wachten, lijkt licht te geven. Bij Max is het nu een uur of drie, nog lang geen kerstavond. Hoe zal hij Kerstmis vieren? Bij zijn familie? Heeft hij die eigenlijk? Een vrouw zal wel niet, het enige dat ze van hem weet is dat hij in zijn eentje op een hotelkamer zit. Vanavond moet hij praten, besluit ze. Ze zal de behendige manoeuvres waarmee hij steeds weer de aandacht op haar weet te vestigen, weerstaan. Ha, daar is hij. Het kleine gele hokje MAX lacht haar vrolijk toe. Roept zij hem of roept hij haar? Max? tikt ze in en klikt op send. Vrijwel tegelijkertijd knippert zijn naam. Rara? verschijnt in het venster. Wat een maffe naam heeft ze bedacht, een zwakke poging tot geheimzinnigheid… ‘Hoe is het?’ tikt ze in en weer zijn hun berichten gekruist. ‘Hoe is het met je? Kerstklaar?’ Nu eerst wachten op zijn antwoord. ‘Ben je er nog?’ vraagt hij. ‘Max, hoe vier jij Kerstmis?’ Het duurt lang voor hij weer komt en dan verschijnt een bomvol schermpje. ‘Vroeger ging ik naar de nachtmis met mijn moeder, vader wachtte ons op met het kerstontbijt: stol, worstebroodjes… En de Messiah op de draaitafel. Het laatste hou ik in ere ‘comfort me… is juist begonnen…’ Ze slikt en hoort opeens de stilte. De cd is al tijden opgehouden… ‘Wacht even’ tikt ze in, springt op en grist de Messiah uit het doosje. ‘Wat doe je?’ vraagt Max. ‘ook ík heb de Messiah opgezet, comfort me.. in welk deel staat dat ook alweer?’ ‘Laten we samen vooraan beginnen’ schrijft Max. Maar ze kan er niet toe komen op te staan. Met gloeiende wangen staart ze naar de monitor. ‘Rara, ik moet je iets bekennen’. Hij is getrouwd, denkt ze, hij heeft zeven kinderen… ‘Vertel’ tikt ze in. Dàt heeft ze in elk geval bereikt, hij zal praten. Ze schuift haar stoel zover naar achteren dat ze de drie letters ‘Max’ nog net kan lezen. Ze is bang en tegelijkertijd zou ze de woorden wel uit de computer willen trekken. Zijn naam begint te knipperen. Opeens lijkt de muis dol geworden, ze slingert naar zijn naam toe en klikt op message.
‘Ik ken jou’ Beelden van glurende mannen, vieze oude kerels... Hij kent me, hij zit niet in Canada, hij woont hier om de hoek, hij..… Ze buigt naar voren en zet beide ellebogen op haar tafel. ‘Ik weet niet’ leest ze ‘misschien heb ik er verkeerd aan gedaan… ik wilde je verrassen… Je hebt toch geen plannen met oud en nieuw?’ O nee, dàt niet. Zal ze de computer sluiten, nu kan het nog, haar adres heeft ze nooit gegeven… Maar bijna automatisch klikt ze weer op zijn knipperende naam. ‘Er ligt een ticket voor je klaar: bij Holland Handling, vertrekhal2… een retour San Francisco.’ San Francisco? Maar… Opeens zit ze stijf rechtop en met vinnige tikken schrijft ze: ‘Max, waar ben jij mee bezig.. Je weet toch, ik ben net verhuisd, ik.. 
Knipperdeknipper alweer. 
‘Je wou toch zo graag eens naar Las Vegas?’ 
Las Vegas, hoe weet hij… 
‘Rob?’ ‘Met kermis, met kermis, talletje weer…’ 
Rob, het is Robbie. ‘Doe de computer even uit, mama, ik bel je…’ Ze doet wat hij zegt, sluit de computer af en wacht op het geluid van de telefoon. 
Exit Max…mompelt ze. Die dekselse jongen, hij hééft het weer voor elkaar.. Tring doet de telefoon. ‘Met Rara’ zegt ze en begint huilend te lachen.

terug