Het is ongewoon stil in de klas. Iedereen zit al op zijn eigen plaats en
aller ogen zijn gericht op de leraar Nederlands die met zijn zwierige tred
het lokaal betreedt.
Meneer Karelsen zet zijn uitpuilende tas met een zwaai voor zich op de
lessenaar. De opstellen zijn nagekeken en zullen worden uitgedeeld.
Plagend kijkt hij nog even de klas rond. 'Goedemorgen dames en heren, is
er iemand overleden?'
Maar dan kan de ceremonie beginnen.
Rare man eigenlijk, denkt Marijke. Hij doet of hij cadeautjes uitdeelt. 'Mooi
verhaal, Vera, zelf verzonnen? Een acht. Jammer van het begin, dat kan
een stuk korter, Loes, overigens een perfect verhaal. Dat kun je beter, Marja, een beetje te kinderlijk, vind je zelf ook niet?'
Ervan uitgaand dat de betrokkene ogenblikkelijk toeschiet wappert hij met
de blaadjes richting klas. Met zijn andere hand bladert hij al in het
volgende.
Vanaf haar plaats op de eerste rij ziet Marijke de pretlichtjes in de ogen
van haar leraar en ze koestert zich in zijn galmende stem. Het lijkt of
die man op de markt staat, denkt ze.
Wat zal hij haar te melden hebben? Ze heeft een wonderlijk verhaal
geschreven. Het is zo maar haar pen uitgerold.
Thea en zij in het warme hooiveld. Verlegen kussen ze elkaar. Thea is
begonnen, ze heeft haar teder naar zich toe getrokken. Samen gleden ze
onderuit..
Natuurlijk heeft ze andere namen gebruikt en het hooiveld is pure fantasie.
Die kus trouwens ook en de hele ratteplan. Fictie, ja zo noemen ze dat.
Thea moest eens weten.. Misschien zou ze nooit meer van die lange
fietstochten willen maken. 'Door de bossen, langs de velden'.
En meneer Karelsen, wat zou hij ervan denken? Ze had het verhaal eerst
niet willen inleveren maar het gekke was dat ze niets anders meer had
weten te verzinnen. 'De eerste kus'. Per slot van rekening was het een van
de opgegeven titels.
'Marijke, jou wil ik straks even spreken. Onder vier ogen ja.' Verdomme,
het bloed vliegt naar haar hoofd. Maar ze dwingt zichzelf te vragen: 'waarom?'
Er verschijnt heel even een onzekere uitdrukking in de staalblauwe ogen
recht vóór haar, maar hij zegt alleen: 'dat hoor je straks wel. Direct
na de les', voegt hij eraan toe.
Wanneer Marijke na de les op haar plaats blijft zitten, is Karelsen nog
een minuut of twee verdiept in de inhoud van zijn tas.
'O ja' zegt hij dan, gemaakt nonchalant. Marijke maak je niks wijs. Hij
vindt dit net zo spannend als zij.
'Goed verhaal, Marijke, uitstekend zelfs, het kan zo in een tijdschrift.
Maar..' Ongemakkelijk kijkt hij haar even aan. Hij slikt. 'Ik zou graag
weten hoe je hieraan komt. Ik bedoel zo voor de hand liggend is het toch
niet'.
Iets klopt hier niet, denkt Marijke. Waarom neemt hij haar eigenlijk
apart? En waarom wil hij uitleg?
Ze zou hem eraan willen herinneren dat in je fantasie alles mogelijk is. 'Het
meest onwaarschijnlijke ligt binnen je bereik' zijn eigen woorden.
Maar hoe leg je iets uit aan iemand die het allemaal al weet? Sterker nog,
aan iemand van wie je geleerd hebt wat je wil vertellen?
'Praat je er liever niet over?' Die blik in zijn ogen! Weer wordt ze zo
rood als een biet. Het liefst zou ze onder de bank kruipen of zoals dat
heet in rook opgaan.
Maar er is nog iets. Ze zou haar hoofd tegen zijn witte overhemd willen
leggen, daar waar pikzwarte haartjes naar buiten piepen.
Voor ze het weet is ze overeind gesprongen, grist haar opstel uit zijn
handen en rent de gang op.
'Marijke, kom hier'. Hij klinkt als een gewone leraar die een stout kind
tot de orde roept. Aan me hoela, denkt Marijke en ze schiet het toilet in.
Daar scheurt ze de drie in haar mooiste handschrift vol geschreven
velletjes in duizend stukjes. Er stond een zwierige rode tien boven, dat zag
ze nog net.
terug
|