'Wel gefeliciteerd, meneer de Bruyn, u hebt een gezonde dochter. Hoort u
me, meneer de Bruyn, wakker worden.'
De jongeman in het witte ziekenhuisbed klampt zich vast aan zijn verhitte
droom. Er is iets mis, hij schiet op een of andere manier tekort. Een
vrouw met de lange blonde krullen van Xandra, maar zij is een zeemeermin,
buigt zich met smachtende ogen over hem heen.
'Popje, hier ben ik toch'. Hij slaat de vederlichte deken terug, vouwt
zijn handen om haar hoofd en trekt haar naar zich toe.
'Nee nee' lacht de verpleegkundige en behoedzaam legt ze zijn handen op
zijn buik. 'Wilt u haar niet even zien?'
Als een dolgedraaide zoomlens proberen zijn ogen greep te krijgen op de
wazige werkelijkheid. Plotseling schiet hij overeind, maar een pijnscheut
in zijn buik gooit hem meteen weer achterover.
'Dat zou ik maar niet doen, meneer de Bruyn, de hechtingen zitten er pas
een half uurtje in.'
'Een dochter zei u, uh, waar is ze?'
'In de babyzaal' zegt ze, glimlachend om de angst in zijn ogen. 'De
kinderarts ontfermt zich over haar. Wij geven de jonge vaders graag de
tijd om even bij te komen.'
'Oké' had hij gezegd toen hij en Xandra waren overeengekomen een gezin te
stichten.
'Ik blijf de eerste jaren thuis om voor de kinderen te zorgen.
En voor de kostwinner natuurlijk' voegde hij eraan toe met een kusje op
haar kruin. 'Maar dan zal ik ze óók dragen.'
'Dragen? Jij?'
Na maandenlang bakkeleien moest Xandra wel inzien dat hij zich uit volle
overtuiging had aangesloten bij het groeiende legertje mannen dat geen
genoegen meer nam met 'zorgen voor een kind 'uit de buik van een ander'. En
liepen er niet al tientallen gezonde vaderkinderen rond...
Xandra was geschokt. 'Een ander?' zei ze. 'Noem je mìj een ànder? En jíj
zou me toch bevruchten?' Hij moest lachen om de fraaie omschrijving van
wat zijn lievelingsactiviteit was, maar hij hield zijn gezicht in de plooi.
'Sorry, liefje, zorgen èn dragen, ik bèn bereid. Maak je geen zorgen,
jouw carriëre zit gebeiteld.'
'Hopeloos ouderwets' had ze gegrinnikt. En ze vulde vervolgens haar
zeldzame vrije uurtjes met een grondige studie van de medische implicaties.
Hij luisterde met een half oor naar haar uiteenzettingen. Eitjes en
zaadcellen, hormonen en operaties, ze konden hem gestolen worden. Het was
zo simpel als wat. Hij kreeg een baarmoeder, en in die baarmoeder werd een
met zíjn sperma bevruchte eicel van Xandra geplant. Negen maanden en hoep..
'Drie gesprekken met de medisch-maatschappelijke dienst' bleek in
werkelijkheid een vernederende en slopende screeningsprocedure te zijn. De
instanties bleken weer eens gruwelijk achter te lopen op de ontwikkelingen
in de samenleving.
Waarom híj, Xandra was toch gezond? Het was toch geen (grofbetaalde)
dekmantel voor een of ander duister zaakje?
Dat waren slechts twee van een hele reeks regelrechte verdachtmakingen.
Maar ook de kliniek had hij kunnen overtuigen, ditmaal bijgestaan door
Xandra.
Wanneer was zij dan precies afgehaakt? Misschien toen de 'drie simpele
voorbereidende operaties' een klein jaar een patiënt van hem maakten die
regelmatig thuis verzorgd moest worden? Ja, door Xandra, wie anders? Tegen
die tijd waren ze zo'n beetje hun hele familie- en vriendenkring al
kwijtgeraakt. Om van zijn werk nog maar te zwijgen...
Of had zij het werkelijk niet kunnen verkroppen dat ze onbevruchte eitjes
hadden 'afgetapt uit haar gezonde buik?' Ze had ook nog een hormoonkuur
moeten ondergaan. Xandra, met haar afkeer van 'chemische troep'. 'We
kunnen toch gewoon vrijen' was het argument dat zij steeds weer, met
groeiende wanhoop, naar voren bracht. En eerlijk gezegd had ook hij er
niet op gerekend dat ze Xandra's eitjes in een reageerbuis zouden bevruchten. Met zíjn
sperma, oké, maar dat had Xandra niet kunnen troosten. Ze was zelfs gaan
twijfelen aan de oprechtheid van zijn liefde en vooral aan de lichamelijke
component ervan. Ironisch genoeg kreeg ze langzaam maar zeker nog gelijk
ook: hoe meer ze sleutelden aan zijn buik, hoe meer de lust hem verging.
Letterlijk dan. Want wat het kind betreft, daar had hij geen moment aan
getwijfeld, híj zou het baren.
'Jonge vader' echoot het in hem en een grote opwinding maakt zich van hem
meester.
'Natuurlijk wil ik haar zien' zegt hij. 'Is mijn vrouw er al?' Hij beseft
meteen dat hij vooral zichzelf voor de gek houdt. Hoewel, ze hoeven hier
toch niet te weten dat hij Xandra al in geen maanden heeft gezien...
'Uw vrouw?' vraagt de verpleegster en verbaasd staat ze een ogenblik naar
hem te kijken. Dan zegt ze: 'Er is iemand bij het kind, ik dacht, uw zusje
of zo...' Met een ruk aan de handle zet ze zijn bed op wielen en rijdt hem
de gang op.
'Ik breng u naar uw kamer' zegt ze en schuift hem de lift in.
De gang van de kraamafdeling geurt naar bloemen. Er heerst een weldadige
bedrijvigheid. Allemaal blije mensen, denkt hij, vermoeider dan hij zou
willen toegeven.
'Ziezo' zegt de zuster. 'U boft, voorlopig hebt u een kamer voor uzelf. Op
dit moment bent u de enige.' Hij kijkt haar niet-begrijpend aan. 'Met een
vaderkind' verklaart ze en er trekt een blos over haar gezicht. Hij heeft
geen tijd om er bij stil te staan, want in de kamer ziet hij Xandra zitten.
Zijn hart maakt een sprongetje. In haar armen heeft ze een wit bundeltje.
'Xandra' zegt hij en hij strekt zijn armen naar haar uit. Naar haar èn
naar hun dochter.
Een lang ogenblik staart ze hem aan vanuit een
onbeschrijflijk bleek gezicht. Dan springt ze op, smijt hem zowat het
bundeltje in de armen en rent de kamer uit. Het kind begint erbarmelijk te
krijsen.
'Xandra' zegt hij nog. Maar dan richt hij zijn blauwe ogen, nog wat flets
van de narcose, op de baby in zijn armen. Met open mond aanschouwt hij
voor de eerste keer zijn dochter.
In zijn armen ligt een koffiebruine baby.
terug |